Je strekt je hand uit en wijst met een vinger naar een doelwit binnen bereik. Je magie geeft je een kortstondig inzicht in de verdediging van het doelwit. Op je volgende beurt heb je voordeel op je eerste aanvalsrol tegen het doelwit, mits deze spreuk nog niet is geëindigd.
Je wijst naar een wezen dat je kan zien binnen
bereik en het geluid van een droevige klok vult
even de lucht rondom het doelwit. Het doelwit
moet slagen in een wijsheid reddingsrol of het
krijgt 1d8 necrotische schade. Als het doelwit
niet al zijn levenspunten heeft, krijgt het in plaats
daarvan 1d12 necrotische schade.
De schade van de spreuk neemt toe met één
dobbelsteen wanneer je level 5 (2d8 of 2d12),
level 11 (3d8 of 3d12), en level 17 (4d8 of
4d12) bereikt.
Je creëert een uitbarsting van donderend geluid die tot op 30 meter hoorbaar is. Elk wezen binnen bereik, behalve jijzelf, moet een uithouding reddingsrol maken of 1d6 donderschade oplopen.
De schade van de spreuk neemt toe met 1d6
wanneer je level 5 (2d6), level 11 (3d6) en
level 17 (4d6) bereikt.
Je creëert een kortstondige cirkel van spookachtige zwaarden die om je heen zwaaien. Alle andere wezens binnen 1,5 meter (1 vakje) van jou moeten slagen op een behendigheid reddingsrol of krijgen 1d6 krachtschade.
Op hogere levels: de schade van deze spreuk neemt toe met 1d6 wanneer je level 5 (2d6), level 11 (3d6) en level 17 (4d6) bereikt.
Deze spreuk is een klein magisch trucje dat
beginnende magiërs gebruiken om te oefenen. Je
creëert één van de volgende magische effecten
binnen bereik:
Je creëert een onmiddellijk, onschadelijk zintuiglijk effect, zoals een regen van vonken, een windvlaag, zachte muzieknoten of een vreemde geur.
Je steekt onmiddellijk een kaars, fakkel of klein kampvuur aan of dooft deze.
Je maakt onmiddellijk een voorwerp niet groter dan een kubieke voet schoon of vies.
Je koelt, verwarmt of geeft smaak aan maximaal een kubieke voet niet-levend materiaal voor 1 uur. Je laat een kleur, een kleine markering of een symbool verschijnen op een voorwerp of oppervlak voor 1 uur.
Je creëert een niet-magisch voorwerp of een illusoir beeld dat in je hand past en dat blijft bestaan tot het einde van je volgende beurt.
Als je deze spreuk meerdere keren uitspreekt, kan je tot drie van de niet-onmiddellijke effecten tegelijk actief hebben, en je kan zo’n effect beëindigen als actie.
Je strekt je hand uit naar een wezen dat je kan zien binnen bereik en laat een wolkje schadelijk gas uit je handpalm vrijkomen. Het wezen moet slagen op een uithouding reddingsrol of krijgt 1d12 gifschade.
De schade van deze spreuk stijgt met 1d12 wanneer je level 5 bereikt (2d12), level 11 (3d12) en level 17 (4d12).
Het beeld kan geen geluid, licht, geur of ander zintuiglijk effect creëren. Fysiek contact met het
beeld onthult dat het een illusie is, omdat dingen erdoorheen kunnen gaan.
Als een wezen zijn actie gebruikt om het geluid of beeld te onderzoeken, kan het met een succesvolle intelligentie (onderzoek) check tegen jouw spreuk moeilijkheidsgraad (MG) bepalen dat het een illusie is. Als een wezen de illusie doorziet, wordt de illusie voor dat wezen vaag.
Je creëert een geluid of een beeld van een voorwerp binnen bereik dat blijft bestaan voor de duur van de spreuk. De illusie eindigt ook als je deze als actie beëindigt of als je deze spreuk opnieuw uitspreekt.
Als je een geluid creëert, kan het volume variëren van een fluistering tot een schreeuw. Het kan jouw stem zijn, de stem van iemand anders, het gebrul van een leeuw, het slaan van trommels, of elk ander geluid naar keuze. Het geluid blijft gedurende de duur van de spreuk klinken, of je kan op verschillende momenten afzonderlijke geluiden laten horen zolang de spreuk duurt.
Als je een beeld van een voorwerp creëert – zoals een stoel, modderige voetafdrukken of een kleine kist – mag het niet groter zijn dan een kubus van 1,5 meter (1 vakje).
Je stuurt een desoriënterende splinter van psychische energie in de geest van één wezen dat je kan zien binnen bereik. Het doelwit moet slagen op een intelligentie reddingsrol of krijgt 1d6 psychische schade en moet 1d4 aftrekken van zijn volgende reddingsrol die het maakt vóór het einde van je volgende beurt.
Op hogere levels: de schade van deze spreuk neemt toe met 1d6 wanneer je bepaalde levels bereikt: level 5 (2d6), level 11 (3d6) en level 17 (4d6).
Je raakt één tot drie kiezelstenen aan en doordrenkt ze met magie. Jij of iemand anders kan met één van de kiezelstenen een afstandsspreukaanval maken door die te gooien of af te schieten met een slinger.
Als de steen gegooid wordt, heeft die een bereik van 18 meter (12 vakjes). Als iemand anders aanvalt met een kiezelsteen, gebruikt die aanvaller jouw magische eigenschap bonus in plaats van de zijne voor de aanvalsrol. Bij een treffer krijgt het doelwit slag schade gelijk aan 1d6 + je magische eigenschap bonus. Of de aanval nu raakt of mist, de spreuk eindigt daarna op die steen.
Als je deze spreuk opnieuw gebruikt, eindigt de spreuk op alle kiezelstenen die nog beïnvloed worden door je vorige gebruik.
Een spectrale, zwevende hand verschijnt op een punt naar keuze binnen bereik. De hand blijft bestaan voor de duur van de spreuk of totdat je deze als actie beëindigt. De hand verdwijnt als deze ooit meer dan 9 meter (6 vakjes) van jou verwijderd is of als je deze
spreuk opnieuw uitspreekt.
Je kan je actie gebruiken om het hand te besturen. Je kan het hand gebruiken om een voorwerp te manipuleren, een ontgrendelde deur of container te openen, een voorwerp uit een open container te pakken of op te bergen, of de inhoud van een flesje uit te gieten. Je kan de hand elke keer dat je het gebruikt tot 9 meter (6 vakjes) verplaatsen.
De hand kan niet aanvallen, magische voorwerpen activeren of meer dan 5 kilogram dragen.
Je creëert een zweep van bliksemenergie die uithaalt naar één wezen naar keuze dat je kan zien binnen 4,5 meter (3 vakjes) van jou. Het doelwit moet slagen op een kracht reddingsrol of wordt tot 3 meter (2 vakjes) in een rechte lijn naar jou toe getrokken en krijgt vervolgens 1d8 bliksemschade als het zich binnen 1,5 meter (1 vakje) van jou bevindt.
Op hogere levels: de schade van de spreuk neemt toe met 1d8 wanneer je level 5 bereikt (2d8), level 11 (3d8) en level 17 (4d8).
Je laat een wolk van mijten, vlooien en andere parasieten heel even verschijnen op één wezen dat je kan zien binnen bereik. Het doelwit moet slagen op een uithouding reddingsrol, anders krijgt het 1d6 gif schade en beweegt het 1,5 meter (1 vakje) in een willekeurige richting, als het kan bewegen en zijn snelheid minstens 1,5 meter (1 vakje) is.
Rol een d4 voor de richting: 1 noord, 2 zuid, 3 oost of 4 west. Deze beweging lokt geen gelegenheidsaanvallen uit, en als de gerolde richting geblokkeerd is, beweegt het doelwit niet.
De schade van de spreuk stijgt met 1d6
wanneer je level 5 bereikt (2d6), level 11 (3d6)
en level 17 (4d6).
Je zwaait met het wapen dat gebruikt werd om deze spreuk uit te spreken en maakt er een mêleewapenaanval mee tegen één wezen binnen 1,5 meter (1 vakje) van jou. Bij een treffer ondergaat het doelwit de normale effecten van de aanval, en kan je groen vuur van het doelwit laten overspringen naar een ander wezen naar keuze dat je kan zien binnen 1,5 meter (1 vakje) van het doelwit. Het tweede wezen krijgt vuurschade gelijk aan je magische eigenschapsbonus.
Op hogere levels: op level 5 doet de mêleeaanval bij een treffer 1d8 extra vuurschade aan het doelwit, en stijgt de vuurschade voor het tweede wezen naar 1d8 + je magische eigenschapsbonus. Beide schadewaarden stijgen met 1d8 op level 11 (2d8) en opnieuw op level 17 (3d8).
Je veroorzaakt een verlammende vorst bij één wezen dat je kan zien binnen bereik. Het doelwit moet een uithouding reddingsrol maken. Bij een mislukte reddingsrol krijgt het doelwit 1d6 koude schade, en het heeft nadeel op de volgende aanvalsrol met een wapen die het maakt vóór het einde van zijn volgende beurt.
De schade van de spreuk stijgt met 1d6 wanneer je level 5 bereikt (2d6), level 11 (3d6) en level 17 (4d6).
Gedurende de duur van de spreuk heb je
voordeel op alle charisma checks gericht op één
wezen naar keuze dat niet vijandig tegenover jou
staat. Wanneer de spreuk eindigt, beseft het
wezen dat je magie hebt gebruikt om zijn
stemming te beïnvloeden en wordt het vijandig
tegenover jou. Een wezen dat geneigd is tot
geweld kan je aanvallen. Een ander wezen kan
op andere manieren wraak zoeken (naar
goeddunken van de DM), afhankelijk van de aard
van je interactie met het wezen.
Een straal knetterende energie schiet naar een wezen binnen bereik. Maak een afstandsspreukaanval tegen het doelwit. Bij een treffer krijgt het doelwit 1d10 krachtschade.
De spreuk creëert meerdere stralen naarmate je hogere levels bereikt:
2 stralen op level 5
3 stralen op level 11
4 stralen op level 17
Je kan de stralen op één doelwit richten of over verschillende doelwitten verdelen. Maak voor elke straal een aparte aanvalsrol.
Je creëert een kampvuur op de grond dat je kan zien binnen bereik. Tot de spreuk eindigt, vult het magische vreugdevuur een kubus van 1,5 meter (1 vakje). Elk wezen dat zich in de ruimte van het vreugdevuur bevindt wanneer je de spreuk gebruikt, moet slagen op een behendigheid reddingsrol of krijgt 1d8 vuur schade. Een wezen moet die reddingsrol ook maken wanneer het de ruimte van het kampvuur voor het eerst betreedt tijdens een
beurt, of zijn beurt daar eindigt. Het kampvuur zet ontvlambare voorwerpen in zijn gebied die niet gedragen of vastgehouden worden in brand.
De schade van de spreuk stijgt met 1d8 wanneer je level 5 bereikt (2d8), level 11 (3d8) en level 17 (4d8).
Je creëert een spookachtige, skeletachtige hand
in de ruimte van een wezen binnen bereik. Maak een afstandsspreukaanval tegen het wezen om het te belagen met de kilte van het graf. Bij een treffer krijgt het doelwit 1d8 necrotische schade en kan het geen levenspunten terugkrijgen tot het begin van je volgende beurt. Tot dan blijft de hand zich aan het doelwit vastklampen. Als je een ondood doelwit raakt, heeft het bovendien nadeel op aanvalsrollen tegen jou tot het einde van je volgende beurt.
De schade van deze spreuk stijgt met 1d8
wanneer je level 5 bereikt (2d8), level 11 (3d8)
en level 17 (4d8).
Als deel van de actie die je gebruikt om deze spreuk uit te spreken, moet je een mêleewapenaanval maken tegen één wezen binnen het bereik van de spreuk, anders mislukt de spreuk.
Bij een treffer ondergaat het doelwit de normale effecten van de aanval en wordt het vervolgens omhuld door daverende energie tot het begin van je volgende beurt. Als het doelwit zich vóór dat moment vrijwillig verplaatst, krijgt het onmiddellijk 1d8 donderschade en eindigt de spreuk.
Op hogere levels: op level 5 doet de mêleeaanval bij een treffer 1d8 extra donderschade en stijgt de schade door beweging naar 2d8. Beide schadewaarden stijgen met 1d8 op level 11 (2d8 en 3d8) en opnieuw op level 17 (3d8 en 4d8).
Je strekt je hand uit en tekent een beschermend symbool in de lucht. Tot het einde van je volgende beurt heb je weerstand tegen slag-, steek- en snijdende schade door wapenaanvallen.